Heilbot| Makreel| Zeewolf| Oester| Rog

Heilbot| Makreel| Zeewolf| Oester| Rog

Aanbieding week #26

Versheid gaat boven alles, daarom is het van groot belang dat u op tijd bestelt! Wij vragen u vriendelijk uw bestelling voor 00:00 uur te plaatsen, zodat wij u niet hoeven teleurstellen!

De prijzen staan wekelijks op in-0ne , mocht u deze niet ontvangen neem dan contact met ons op.

Zwarte Heilbot

VERSPREIDING

De zwarte heilbot staat ook wel bekend onder de naam Groenlandse heilbot en is wijd verspreid in de noordelijke wateren van Alaska tot aan Japan en van Groenland tot aan Ierland. Deze platvis leeft meestal dicht bij de bodem maar jaagt in hoger water en aan de wateroppervlakte. De zoutwatervis komt ook voor van de Golf van Biskaje tot Spitsberen op een diepte van 50 tot 2000 meter

BIOLOGISCHE KENMERKEN

De zwarte heilbot is een wat kleinere versie van de witte heilbot en kan tot 80 cm. lang worden, bij een gewicht van 8 kg. Het oudste aangetroffen exemplaar ooit was 30 jaar oud.
De vis heeft een lichtbruin/groen gekleurde huid met een witte buikzijde.

Makreel

VERSPREIDING

De makreel is een straalvinnige baarsachtige die voorkomt in de Atlantische Oceaan, Noordzee, Oostzee, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. (Perciformes). Het is een schoolvis die dicht bij het wateroppervlak zwemt. In de zomer komen de vissen dicht bij de kust en trekken dan naar het noorden. In de winter bevinden ze zich in diepere wateren.

BIOLOGISCHE KENMERKEN

De lengte van de makreel ligt tussen de 30 en 50 centimeter. Het maximale geregistreerde gewicht is 3400 gram, de hoogst vermelde leeftijd is 17 jaar.
De vis heeft een rugvin, een diep ingesneden staartvin en een anaalvin. Hiertussen bevinden zich kleine vinnetjes.
Het voedsel bestaat uit kreeftachtigen en kleine vissen en wordt gezocht aan het wateroppervlak. De paaiperiode loopt van mei tot juni.

Zeewolf

De zeewolf hoort tot de baarsachtigen en komt voor in de Noordelijke Atlantische Oceaan. Het leefgebied spreidt zich uit van Spitsbergen, Noorwegen, de Noordzee, Groot-Brittannië, IJsland tot aan Groenland.
De (gewone) zeewolf is langs onze kusten overigens zeer zeldzaam.
De vis is vooral te vinden op rotsachtige bodems en soms op zand- of modderbodems. Waar ze jagen op schelp- en schaaldieren. De watertemperatuur waarin de vis leeft ligt tussen de -1 en 13 °C.

BIOLOGISCHE KENMERKEN

De kop van de zeewolf is groot, met een opvallend gebit met lange stevige tanden voor in de bek en stompe tanden achterin. Hij voedt zich met schelp- en schaaldieren en gebruikt de lange tanden om deze te pakken of uit te graven en de stompe tanden om ze te kraken. De tanden worden ieder jaar gewisseld, wat verder bij vissen ongebruikelijk is.
Bij een lengte van 50 tot 60 centimeter wordt de soort geslachtsrijp. De zeewolf kan 160 centimeter lang worden, een gewicht van ruim 23 kilogram bereiken en maximaal 22 jaar worden.

Fines de Claires

VERSPREIDING
De oesters (Franse) oftewel de Fine de Claire-oester als de Gillardeau-oester worden gekweekt in de Franse Charentes Maritimes, rond de stad Marennes.
De Fines de Claires worden na de kweek geraffineerd en verhuizen daarvoor naar zogenaamde ‘Claires’. Dit zijn natuurlijke oesterputten, vaak oude zoutpannen met brak water. Hier verblijven ze minimaal 3 weken tot maximaal 3 maanden.
De oesters van Gillardeau zijn van oorsprong Iers en worden na 3 jaar overgebracht naar de oesterbanken in Marennes d’Oléron. Hier worden ze in zakken op zogenaamde tableaus gelegd.

KENMERKEN
De Fines de Claires, oesters (Franse), worden in de oesterputten voller en vleziger, fijner van smaak en minder zout. Ook worden ze schoner, door herhaaldelijke verversing met vers water. Hierdoor blijft er minder zand en klei in de oester.
De Gillardeau-oesters liggen gedurende langere tijd en met een beperkt aantal op de tableaus. Hierdoor krijgen ze langer en beter voedsel waardoor ze veel vleziger en smakelijker (zoetig) worden. Door de grotere aandacht is de schelp compacter en zwaarder dan normaal.

Rog

VERSPREIDING

Roggen, waarvan de rogvleugel af komt zijn aan de haai verwante kraakbeenvissen die in bijna elke zee en oceaan zijn te vinden, zowel in koude als in warmere wateren. Er zijn niet veel soorten die in zoetwater leven. de meeste roggen zal je zin zoutwater of neutraal water vinden. De meeste soorten leven op de bodem van de zee, meestal aan de kust maar soms ook tot een diepte van 3.000 meter. Enkele soorten komen voor in open zee of zelfs in zoet water.

BIOLOGISCHE KENMERKEN

De rog heeft zeer sterk ontwikkelde borstvinnen die ‘vleugels’ worden genoemd. Het lichaam van roggen is afgeplat en (afgezien van de staart) ruit- tot schijfvormig. Ze hebben geen skelet met botten maar een meer elastische substantie. De ogen zitten aan de bovenzijde van de kop.
De meeste roggen hebben sterke en geronde tanden ontwikkeld om zo de schelp open te breken van soorten die op de bodem van de zee leven. De prooi wordt meestal opgespoord door het reukvermogen. Roggen voeden zich vooral met weekdieren, kreeftachtigen, wormachtigen, stekelhuidigen en bodemvissen (afhankelijk van de soort). Enkele soorten leven op plankton.

Fix Fisch B.V. - Trappenberglaan 36 - 2231 MV - Rijnsburg - Nederland